Veilig peddelen op drukke rivieren

De basisregel – Weten wat je te wachten staat

Je bent van plan om voor het eerst met je kajak, kano of packraft op een grotere rivier te gaan varen. Denk bijvoorbeeld aan de Maas, de Ijssel, de Waal of de Rijn in Duitsland.
Ik ga er in dit artikel van uit, dat je een kwalitatief goede boot bezit die hiervoor geschikt is. Je uitrusting klopt vanzelfsprekend ook en je beschikt al over enige ervaring op kleinere rivieren, zodat je de belangrijkste eigenschappen van stromend water herkent en hierop kunt anticiperen.
Absolute beginners hebben zonder deskundige begeleiding helemaal niets te zoeken op rivieren met scheepvaart. Doe dit dus uitsluitend in het bijzijn van een of meerdere ervaren personen en ook alleen wanneer je al een solide basis-techniek hebt opgebouwd.
 

De vaargeul herkennen

 

Druk bevaren rivieren zoals de Rijn hebben vaak een zeer sterke stroming die je niet altijd goed met het blote oog kan waarnemen. Ook wanneer het waterpeil tijdens droge perioden lager dan normaal is, heerst met name op de Rijn en de Waal in Nederland een constant sterke stroming. Van deze sterke stroming maken schepen dankbaar gebruik bij het stroomafwaarts varen. Ze zijn daarbij een heel stuk sneller dan jij, zelfs wanneer zij tegen de stroomrichting varen, jou tegemoet komen. Omdat jij met je kajak, kano of packraft ook stroomafwaarts vaart, zul je jezelf moeten aanleren om zeer regelmatig achterom te kijken. Een schip dat 5 minuten geleden nog een stip aan de horizon leek, kan razendsnel achter jou opdoemen. Buiten het feit dat zij altijd en overal voorrang hebben, zien de bestuurders jou vaak helemaal niet of pas veel te laat. Blijf daarom altijd op ruime afstand. Je kunt best een gedeelte van de vaargeul meepakken wanneer het rustig is, maar blijf zo veel mogelijk rechts in die vaargeul wanneer je met de stroming mee ( stroomafwaarts ) vaart. Je hoeft echt niet slechts 5 meter van de oever te varen. Sterker nog, bij de aanwezigheid van kribben, kun je hier het beste op minstens 15 meter afstand langs varen.

Kribben

Kribben zijn kunstmatig aangelegde dammen die haaks op de oevers staan en er o.a. voor moeten zorgen dat vaargeulen op “hun plek” blijven. Ze zijn met name bedoeld om de rivierbedding te stabiliseren en die zo goed als ongewijzigd te houden. Zonder deze kribben zou de rivier veel meer vrij spel krijgen om een eigen vaargeul te zoeken, respectievelijk haar loop meer en meer te veranderen. Dit is voor het behoud van scheepvaart noodzakelijk.  
Tussen deze kribben kunnen zeer verraderlijke tegenstromingen ontstaan en zelfs kolken. 
Wanneer een groot schip voorbij zo’n krib vaart, kan het waterpeil lokaal plots dalen, om vervolgens razendsnel weer te stijgen. Deze drukgolf kan jouw boot tegen de vaak met grote rotsblokken verstevigde kribben doen slaan. In het minst erge geval raakt je boot beschadigd. In het ergste geval loop je lichamelijk letsel op door de impact en kan je je reis stoppen. Naast de rotsblokken op de kribben zelf, lopen deze onder water ook parallel aan de oever door. Bij kapseizen in ondiepere gedeeltes kun je je hoofd dus lelijk verwonden.
Helaas nog steeds regelmatig hoor je in de nieuwsberichten over zwemmers, die tussen twee kribben zwemmend door de plotselinge turbulentie in de problemen raken en zelfs verdrinken. 

Bij stroomafwaarts varende schepen houd je er rekening mee, dat deze juist meestal de buitenbocht nemen om optimaal gebruik te maken van de sterkere stroming. Precies daar, waar jij ook wilt en moet varen. Omdat rivieren vaak meanderen, zul je dus geregeld de vaargeul moeten oversteken om van de ene buitenbocht naar de andere te komen. Doe je dit niet, dan beland je vroeg of laat vanuit een buitenbocht in een binnenbocht. 
Het gevaar komt in buitenbochten stroomafwaarts dus vooral vanaf achteren, terwijl bij het oversteken van een rivier de binnenbocht telkens goed in de gaten moet worden gehouden voor tegemoet komende schepen die stroomopwaarts varen. Buiten dat zijn er ook veel schepen die stoïcijns in het midden van de vaargeul blijven. Je moet dus alleen al deze 3 situaties op tijd herkennen, waarbij de 4e situatie de stroming en golfslag is. Wanneer het door drukke scheepvaart niet veilig genoeg is om ruim op tijd de oversteek te maken, blijf dan in de binnenbocht zo ver mogelijk uit de vaargeul ( dicht bij de kant ) om tegemoet komende schepen vrij baan te geven. 
   

Vaar nooit midden in de vaargeul. De vaargeul (het diepste, bevaarbare deel van de rivier) wordt gemarkeerd door bakens of boeien die in het water drijven. De kleur en vorm van deze markeringen geven aan waar de zijkanten van de vaargeul zijn. 

De kleuren van de markering worden altijd bepaald alsof je stroomafwaarts (richting zee) vaart.

  • Linkerkant van de vaargeul (stroomafwaarts) Rode markering

  • Rechterkant van de vaargeul (stroomafwaarts) Groene markering

Let op: Als je stroomopwaarts vaart (tegen de stroom in), dan vaar je de rode markeringen aan je rechterzijde en de groene markeringen aan je linkerzijde voor een veilige doorgang in de vaargeul.

  

Op welke schepen je vooral moet letten

 

Een van de soort schepen waarop je het meest alert moet zijn; Duwbakken. Ook wanneer deze leeg zijn, hebben deze duwbakken een dode hoek die vaak 400 meter of meer bedraagt. Dat is dus bijna een halve kilometer waarin de kapitein jou waarschijnlijk niet eens kan zien! Een tweede reden waarom met duwbakken rekening moet worden gehouden is de grote baan onstuimig schroefwater die de zeer krachtige duweenheid veroorzaakt. Vaar nooit vlak na het passeren van zo’n duwbak dat onstuimige schroefwater in en wacht met oversteken of koers wijzigen totdat het schip ruimschoots is gepasseerd.

Voornamelijk oudere en kleinere schepen gebruiken bij het stroomopwaarts varen vaak binnenbochten. Dit doen ze omdat de tegenstroming daar veel zwakker is dan in buitenbochten. Je herkent deze schepen vaak aan de blauwe vlag bij de cabine, of in een mast gehesen. 

 

Rivier oversteken door traverseren

 
Wanneer je van de ene kant naar de andere kant wilt peddelen, moet je nooit proberen haaks over te steken. De stroming is vaak zeer krachtig en drukt hard tegen de zijkant van je boot. Wanneer je een verkeerde beweging met je peddel maakt kun je razendsnel kapseizen. Dit gebeurt vooral wanneer je het peddelblad niet op tijd uit het water haalt. De stroming drukt de peddel tegen de boot en werkt zo als een hefboom. Die krachten kunnen ervoor zorgen, dat je omslaat. 
Op een rivier die 7 km/h stroomt, is tegen de stroming in peddelen technisch onmogelijk.

Om van de ene oever naar het dichtsbijzijnde punt op de tegenoverliggende oever te komen, moet je leren traverseren. Je draait de punt van je kajak of kano een tegen de stroming in. Ergens tussen 10 en maximaal 30 graden. Dit noemen we traverseren, in het Engels spreekt men over de “ferry angle”. 
Vervolgens peddel je rustig maar consequent tegen de stroming in met de punt naar de oever toe die je wilt bereiken. Je merkt nu dat je niet vooruit komt. Dat is ook niet de bedoeling. Wat er gebeurt, is dat de tegenstroming je kajak zijwaarts richting de overkant zal dwingen. Op een drukbevaren rivier zoals de Rijn kan dit een zeer riskante onderneming worden door naderende schepen. Traverseer alleen wanneer het heel erg rustig is op het water.
Traverseren is een nuttige techniek die ook op snelstromende rivieren zonder scheepvaart gebruikt kan worden. Je voorkomt hiermee dat je door de stroming veel te ver van je doel wordt meegesleurd.
 

Zorg dat je duidelijk zichtbaar bent

 
Zo’n packraft of kajak in camouflagekleur is natuurlijk harstikke leuk voor sommige outdoor liefhebbers. Het is echter geen gunstig kleurpatroon voor een druk bevaren grote rivier. Zeker niet wanneer je ook nog eens een zwemvest draagt wat niet opvallend gekleurd is.
Gebruik het liefst een zwemvest in fluorescerend oranje of geel zwemvest. Deze contrasteren het beste tegen een achtergrond van water en groene oevers.
 

Goed uitgerust het water op

 
Verplicht of sterk aangeraden
  • Een zwemvest dat ISO 12402-5 gecertificeerd is en 50 Newton drijfvermogen heeft. Het vest moet strak zitten en niet kunnen verschuiven. Een paddle leash raad ik te allen tijde af. Ik vind paddle leashes een risico bij kenteringen, omdat je er gemakkelijk in verstrikt kan raken.
  • Een naam of kenspreuk aan je kajak die goed leesbaar is op afstand. Dit is in Duitsland verplicht. In Nederland niet, maar raad ik desondanks dringend aan. Een mesh banner met 4 oogjes kan je gemakkelijk aan je kajak of packraft vastbinden.
  • Reservepeddel. Een deelbare reservepeddel is net als bij kajakken op zee een must om bij je te hebben. Wanneer je peddelblad breekt, of je verliest onverhoopt je peddel, kun je geen kant meer op en ben je aan de stroming overgeleverd.
  • Goede kleding. Een neopreen pak wat je voldoende warm houdt wanneer je te water raakt. Mijn voorkeur ligt echter bij drysuits. Deze bieden nog meer extra drijfvermogen en zorgen dat je onderkleding droog blijft. Heb je deze niet, dan is minstens een drytop zeer aan te bevelen. Dress for water, not for air
  • Smartphone in een waterdichte hoes. Deze moet ergens bevestigd worden zodat je hem nooit kunt verliezen. Je kunt op je smartphone desnoods offline kaarten zetten en noodnummers voorprogrammeren.
    Wat ik soms doe is via Whatsapp mijn locatie voor minstens 8 uur delen met iemand. Zo kunnen mensen zien waar je voor het laatst was.
  • Fluit. In noodsituaties kan een fluit je leven redden. Zoek een “survival whistle” die het ook doet wanneer hij vol water zit. Vaak heb je deze al voor € 10.
 

Samenvatting

 
Ga nooit overhaast het water op, bereid je minitieus voor en onderschat nooit de kracht van stromend water. Wees alert en kijk regelmatig achterom of er schepen naderen. Vaar hier nooit dicht langs. 
Ga nooit op grote rivieren varen in kajaks of packrafts die hier helemaal niet op gebouwd zijn. Het is belangrijk dat jij je boot kent en dat je je er veilig in voelt. Iemand met weinig ervaring zoekt een stabiele boot en niet een smalle, wiebelige zeekajak.
Zorg dat je een goede basistechniek hebt met peddelen.

Wanneer je je goed voorbereidt kun jij je eerste kajak- of packraft tocht gaan maken op druk bevaren grote rivieren zoals de Rijn, Ijssel of Maas. 
Minder dan 1 minuut Minuten leestijd
De rode pijlen laten zien dat in binnenbochten vaak een tegengestelde stroomrichting heerst. In buitenbochten wordt door centrifugale kracht de stroming sterker. Water wil van nature alleen maar rechtdoor stromen en wordt door de afbuiging gedwongen sneller te stromen.
De vele kribben op de linker- en rechter oever dienen meerdere doelen. Ze moeten de vaargeul op hun plaats houden. Ook houdt de rivier hierdoor een hoger peil, dus ook een ruimere vaardiepte. ( Bron: Rijkswaterstaat )
In de packraft op de machtige Rijn. Je voelt je zeer nietig wanneer je hier vaart. Met een onaflaatbare kracht word je met minstens 7 km/h voortgestuwd.