Stap 1: Waar wil ik varen en hoe ervaren ben ik?
Wanneer je duidelijk voor ogen hebt op welk type water je voornamelijk wilt varen, wordt de keuze al eenvoudiger.
Vraag jezelf eerst af waar, met hoeveel personen en hoe vaak je de boot gaat gebruiken. Heb je veel ervaring of ben je een absolute beginner? Per type vaarwater geef ik hieronder aan hoe het werkt.
-
Primair vaarwater:
-
Kalm water (Meren, plassen en gebieden zoals de Biesbosch en Weerribben-Wieden):
Snelheid en comfort zijn hier gewenst. Niets is zo vervelend als op nagenoeg stilstaand water te moeten zwoegen om vooruit te komen. Je hebt een kajak of packraft nodig met een lange waterlijn en een ruim voldoende koersvastheid. In dit overzicht neem ik canadese modellen niet mee, omdat hiervoor vaak andere omstandigheden gelden.
Zoek vooral naar een kajak of packraft die een (optionele) vin heeft of een kajak die optioneel uitbreidbaar is met een roer. Hoe groter het wateroppervlak wordt, des te belangrijker wordt dit onderdeel. Bij veel wind ga je anders driften en wordt het peddelen onnodig zwaar.
Dit type water is prima te doen voor absolute beginners, mits je bewust blijft van veiligheid op het water en je je daar ook fatsoenlijk op kleedt.
De robuustheid van het materiaal is hier wat minder doorslaggevend. De budgetvriendelijke kajaks, kano’s en packrafts in mijn overzichten voldoen allemaal aan deze eisen. Low budget prijsmeppers uit bekende supermarktketens bespreek ik in dit overzicht niet, die voldoen namelijk in vrijwel alle gevallen niet aan de minimale veiligheidseisen die ik hanteer.
Wanneer je de boot goed laat drogen na elk gebruik, reinigt en fatsoenlijk opbergt, kun je ook van deze budgetvriendelijke modellen best lang plezier hebben.
-
Kustgebieden met golfslag:
Veiligheid ( voldoende gescheiden luchtkamers ), duurzaamheid (sterk materiaal), snelheid, koersvastheid en constructie zijn hier essentieel. Het varen op zee vereist ervaring en een goede techniek bij het peddelen.
Mijn persoonlijke mening over packrafts op zee ligt bij sommige fabrikanten misschien gevoelig, toch wil ik het benadrukken.
Ik ben eerlijk gezegd geen fan van packrafting op zee, tenzij dit echt op een zeer beperkte afstand van de kust gebeurt.
Mijn grootste tegenargument is het feit dat er te weinig gescheiden luchtkamers in een packraft aanwezig zijn. In veel gevallen is er slechts één luchtkamer.
Een gesloten kajak ( of optioneel gesloten ) vind ik op zee, of grote binnenmeren zoals het Ijsselmeer een absolute must.
Een open boot heeft naar mijn mening niets op verre zee te zoeken. Ook al willen sommige adverteerders je dit graag doen geloven met visueel prachtige plaatjes en filmpjes. Trap daar niet in, het is pure marketingpraat en strookt niet met de realiteit!
Het weer aan de kust kan snel omslaan, de golfslag kan gevaarlijk hoog worden en er kan een verraderlijk aflandige wind ontstaan. Het gevolg bij hoge golfslag is dat je boot water gaat maken. Al vanaf windkracht 4 ( 28 km/h ) kun je als onervaren peddelaar flink in de problemen raken. Vanaf windkracht 5 ( 29 t/m 38 km/h ) wordt het ook voor ervaren peddelaars zwaar. Er zijn veel schuimkoppen op het water en de golfruggen worden duidelijk hoger
De harde wind laat de boeg van je kajak of packraft continue naar de wind toe neigen. Dit noemt men in het Engels ook wel “weathercocking”.
Daarbij komt van alle kanten sterke stroming als een wig onder je boot. Voor je het weet lig je in het water. Als je dan ook nog eens slecht uitgerust bent, of in het ergste geval slechte kleding draagt, dan kan zo’n trip snel fataal aflopen.
Dit type water is dan ook alleen te adviseren aan gevorderde tot (zeer) ervaren peddelaars.
Wie verder op zee gaat, moet minstens de rol beheersen en een re-entry.
Op zee moet je bovendien altijd een ( liefst deelbaar ) reserve-peddel meenemen, een dekkompas en een waterdicht gps-systeem. De cockpit moet zijn afgesloten met een spray skirt. Een lenspomp om toch binnengetreden water – bijvoorbeeld na een kentering – snel te verwijderen is ook een belangrijk onderdeel wat je bij je moet dragen.
-
Licht wildwater (Klasse I-II): Kies voor robuust materiaal en bij voorkeur een zelflozend systeem (self-bailer). Is deze niet aanwezig, moet er duidelijk in de specificaties vermeld staan dat je boot hiervoor geschikt is.
Rivieren met Wildwater Klasse I en II kunnen het best alleen door gevorderde peddelaars worden gevaren. Absolute beginners dienen hier tijdens het leren uitsluitend onder begeleiding mee te varen.
De grootste risico’s vormen hier vooral omgevallen bomen.
Stuwen of lage damconstructies moeten altijd overgedragen worden. Neem hier geen onnodige risico’s! Blijf altijd weg van brugpijlers en vaar nooit dwars op een vast voorwerp in de stroming.
-
Wildwater vanaf Klasse III: Uitsluitend voor ruim ervaren wildwater peddelaars. Zij weten meestal al heel goed welk type boot ze zoeken. In mijn Keuzehulp voor packrafts en kajaks en kano’s staan enkele populaire boten die geschikt zijn tot en met Klasse V.
Stap 2: Je lichaamsgewicht en lengte afstemmen
Een punt wat nog vaak onderschat of over het hoofd gezien wordt. Je koopt een boot en komt er thuis achter dat je er helemaal niet fatsoenlijk in past. Of eenmaal op het water merk je dat je veel te zwaar bent voor je boot.
Om deze teleurstelling te voorkomen raad ik je echt aan om de specificaties per boot goed door te lezen. Niet elke fabrikant is hier altijd even transparant of duidelijk over.
In mijn ervaring geldt: gerenommeerde merkaanbieders bieden hier veel accuratere informatie. Ze kunnen het zich simpelweg niet veroorloven om slechte producten op de markt te brengen.
Helaas is de zoektocht voor zeer zware en / of buitengewoon lange mensen een heel stuk lastiger, dan voor de gemiddeld gebouwde persoon. Toch zijn er voor hen ook boten op de markt.
Stap 3: Meerdaagse expedities of dagtochten
Je wilt de
Loire van bron tot monding varen, of de Donau? Je wilt gaan packraften in Scandinavië?
Hier zijn de belangrijkste voorwaarden:
- Vaar ik uitsluitend solo of soms ook met twee personen? Misschien zelfs 3?
Kijk dan vooral naar voldoende draagvermogen en bagageruimte. Heeft de boot voldoende bevestigingspunten aan de boeg en achtersteven? Kan er op en onder het eventuele dek veel vervoerd worden?
Zoek een kajak, kano of packraft die daarnaast voldoet aan het te verwachten type vaarwater.
- De vaareigenschappen moeten minimaal allround zijn. Bij veel bagage en dus veel gewicht, is stabiliteit een niet te onderschatten eigenschap.
Zorg ervoor dat je een boot kiest die ook wat wildere passages aankan zonder dat je in de problemen raakt.
Een allround kajak of packraft die Wildwater Klasse II aankan voldoet in mijn ervaring in de meeste gevallen. De meeste canadese modellen kunnen dit gemakkelijk aan.
- Bij dagtochten op kalm water en rustige rivieren stem je de boot vooral af op het type vaarwater en minder op mogelijkheden voor veel bagage. De leercurve bij dagtochten is vaak veel minder steil en biedt vooral mogelijkheden om ervaring op te doen. Veel mensen besluiten na regelmatige dagtochten om te upgraden wanneer ze de smaak te pakken krijgen.
Conclusie
Een goede voorbereiding is het halve werk. Wanneer je deze drie criteria goed uitkristalliseert, kun je de keuze sneller maken.
Voor vragen of opmerkingen kun je hier beneden terecht, dan zal ik je zo snel mogelijk een antwoord geven.
En denk eraan: Safety first!
Opblaasbare Kajak of Packraft kiezen in 3 stappen
Stap 1: Waar wil ik varen en hoe ervaren ben ik?
Wanneer je duidelijk voor ogen hebt op welk type water je voornamelijk wilt varen, wordt de keuze al eenvoudiger.
Vraag jezelf eerst af waar, met hoeveel personen en hoe vaak je de boot gaat gebruiken. Heb je veel ervaring of ben je een absolute beginner? Per type vaarwater geef ik hieronder aan hoe het werkt.
Primair vaarwater:
Kalm water (Meren, plassen en gebieden zoals de Biesbosch en Weerribben-Wieden):
Snelheid en comfort zijn hier gewenst. Niets is zo vervelend als op nagenoeg stilstaand water te moeten zwoegen om vooruit te komen. Je hebt een kajak of packraft nodig met een lange waterlijn en een ruim voldoende koersvastheid. In dit overzicht neem ik canadese modellen niet mee, omdat hiervoor vaak andere omstandigheden gelden.
Zoek vooral naar een kajak of packraft die een (optionele) vin heeft of een kajak die optioneel uitbreidbaar is met een roer. Hoe groter het wateroppervlak wordt, des te belangrijker wordt dit onderdeel. Bij veel wind ga je anders driften en wordt het peddelen onnodig zwaar.
Dit type water is prima te doen voor absolute beginners, mits je bewust blijft van veiligheid op het water en je je daar ook fatsoenlijk op kleedt.
De robuustheid van het materiaal is hier wat minder doorslaggevend. De budgetvriendelijke kajaks, kano’s en packrafts in mijn overzichten voldoen allemaal aan deze eisen. Low budget prijsmeppers uit bekende supermarktketens bespreek ik in dit overzicht niet, die voldoen namelijk in vrijwel alle gevallen niet aan de minimale veiligheidseisen die ik hanteer.
Wanneer je de boot goed laat drogen na elk gebruik, reinigt en fatsoenlijk opbergt, kun je ook van deze budgetvriendelijke modellen best lang plezier hebben.
Kustgebieden met golfslag:
Veiligheid ( voldoende gescheiden luchtkamers ), duurzaamheid (sterk materiaal), snelheid, koersvastheid en constructie zijn hier essentieel. Het varen op zee vereist ervaring en een goede techniek bij het peddelen.
Mijn persoonlijke mening over packrafts op zee ligt bij sommige fabrikanten misschien gevoelig, toch wil ik het benadrukken.
Ik ben eerlijk gezegd geen fan van packrafting op zee, tenzij dit echt op een zeer beperkte afstand van de kust gebeurt.
Mijn grootste tegenargument is het feit dat er te weinig gescheiden luchtkamers in een packraft aanwezig zijn. In veel gevallen is er slechts één luchtkamer.
Een gesloten kajak ( of optioneel gesloten ) vind ik op zee, of grote binnenmeren zoals het Ijsselmeer een absolute must.
Een open boot heeft naar mijn mening niets op verre zee te zoeken. Ook al willen sommige adverteerders je dit graag doen geloven met visueel prachtige plaatjes en filmpjes. Trap daar niet in, het is pure marketingpraat en strookt niet met de realiteit!
Het weer aan de kust kan snel omslaan, de golfslag kan gevaarlijk hoog worden en er kan een verraderlijk aflandige wind ontstaan. Het gevolg bij hoge golfslag is dat je boot water gaat maken. Al vanaf windkracht 4 ( 28 km/h ) kun je als onervaren peddelaar flink in de problemen raken. Vanaf windkracht 5 ( 29 t/m 38 km/h ) wordt het ook voor ervaren peddelaars zwaar. Er zijn veel schuimkoppen op het water en de golfruggen worden duidelijk hoger
De harde wind laat de boeg van je kajak of packraft continue naar de wind toe neigen. Dit noemt men in het Engels ook wel “weathercocking”.
Daarbij komt van alle kanten sterke stroming als een wig onder je boot. Voor je het weet lig je in het water. Als je dan ook nog eens slecht uitgerust bent, of in het ergste geval slechte kleding draagt, dan kan zo’n trip snel fataal aflopen.
Dit type water is dan ook alleen te adviseren aan gevorderde tot (zeer) ervaren peddelaars.
Wie verder op zee gaat, moet minstens de rol beheersen en een re-entry.
Op zee moet je bovendien altijd een ( liefst deelbaar ) reserve-peddel meenemen, een dekkompas en een waterdicht gps-systeem. De cockpit moet zijn afgesloten met een spray skirt. Een lenspomp om toch binnengetreden water – bijvoorbeeld na een kentering – snel te verwijderen is ook een belangrijk onderdeel wat je bij je moet dragen.
Licht wildwater (Klasse I-II): Kies voor robuust materiaal en bij voorkeur een zelflozend systeem (self-bailer). Is deze niet aanwezig, moet er duidelijk in de specificaties vermeld staan dat je boot hiervoor geschikt is.
Rivieren met Wildwater Klasse I en II kunnen het best alleen door gevorderde peddelaars worden gevaren. Absolute beginners dienen hier tijdens het leren uitsluitend onder begeleiding mee te varen.
De grootste risico’s vormen hier vooral omgevallen bomen.
Stuwen of lage damconstructies moeten altijd overgedragen worden. Neem hier geen onnodige risico’s! Blijf altijd weg van brugpijlers en vaar nooit dwars op een vast voorwerp in de stroming.
Wildwater vanaf Klasse III: Uitsluitend voor ruim ervaren wildwater peddelaars. Zij weten meestal al heel goed welk type boot ze zoeken. In mijn Keuzehulp voor packrafts en kajaks en kano’s staan enkele populaire boten die geschikt zijn tot en met Klasse V.
Stap 2: Je lichaamsgewicht en lengte afstemmen
Een punt wat nog vaak onderschat of over het hoofd gezien wordt. Je koopt een boot en komt er thuis achter dat je er helemaal niet fatsoenlijk in past. Of eenmaal op het water merk je dat je veel te zwaar bent voor je boot.
Om deze teleurstelling te voorkomen raad ik je echt aan om de specificaties per boot goed door te lezen. Niet elke fabrikant is hier altijd even transparant of duidelijk over.
In mijn ervaring geldt: gerenommeerde merkaanbieders bieden hier veel accuratere informatie. Ze kunnen het zich simpelweg niet veroorloven om slechte producten op de markt te brengen.
Helaas is de zoektocht voor zeer zware en / of buitengewoon lange mensen een heel stuk lastiger, dan voor de gemiddeld gebouwde persoon. Toch zijn er voor hen ook boten op de markt.
Stap 3: Meerdaagse expedities of dagtochten
Hier zijn de belangrijkste voorwaarden:
Kijk dan vooral naar voldoende draagvermogen en bagageruimte. Heeft de boot voldoende bevestigingspunten aan de boeg en achtersteven? Kan er op en onder het eventuele dek veel vervoerd worden?
Zoek een kajak, kano of packraft die daarnaast voldoet aan het te verwachten type vaarwater.
Zorg ervoor dat je een boot kiest die ook wat wildere passages aankan zonder dat je in de problemen raakt.
Een allround kajak of packraft die Wildwater Klasse II aankan voldoet in mijn ervaring in de meeste gevallen. De meeste canadese modellen kunnen dit gemakkelijk aan.
Conclusie
Voor vragen of opmerkingen kun je hier beneden terecht, dan zal ik je zo snel mogelijk een antwoord geven.
En denk eraan: Safety first!